Presentatie Spui 25 Joep de Hart

Prakkiserende gelovigen

over religie en spaghetti carbonara

Joep de Hart

Amsterdam, Spui25, 6 april 2017

 

Beste aanwezigen, het zal u niet ontgaan zijn dat op deze mooie lentedag de Kieswijzer Levensbeschouwing is verschenen!

Is levensbeschouwing, is religie een kwestie van kiezen? Of is dat misschien een wat protestantse gedachte? Het is in elk geval een moderne gedachte.

Hoe zit dat met mij zelf? Eerlijk gezegd voel ik mij met André’s boek in de hand een beetje een naïeveling. Want laat ik het maar meteen bekennen: zelf ervaar ik mijn geloof niet echt als een keuzeproces (wat niet betekent dat het dat niet zou zijn). Veel doe ik als het ware op de automatische piloot. Omdat ik het nu eenmaal zo gewend ben, uit piëteit voor wat mij ooit geleerd is, omdat ik er steun aan ontleen. Niet na ampele overwegingen, maar geleid door een onbestemd gevoel en soms eigenlijk alleen maar omdat ik wel eens wil zien waar het mij brengt en wat daarvan komt.

Met keuzes en afwegingen, vergelijkingen en beoordelingen ben ik vooral beroepshalve bezig, in mijn rol als cultuur- en godsdienstsocioloog. Maar als de werkdag erop zit en alle analyses zijn geboekstaafd, is de kerk voor mij nog altijd als een majestueuze, zeer oude boom. Soms schuil ik voor de regen onder zijn bladerdek. Op het heetst van de dag mag ik graag rusten tegen zijn onwrikbare stam. In zijn takken groeit en nestelt van alles en nog wat, waar ik vaak nauwelijks weet van heb. In elk seizoen ziet hij er weer anders uit, maar zijn plaats verlaat hij nooit, ik weet hem blindelings te vinden.

Ik ben opgegroeid in een katholiek milieu, maar wel in Kampen, een van de epicentra van het gereformeerde volksdeel. Kampen telt sinds jaar en dag veel kerken waarin het Calvinisme ondersneden wordt geschonken. In de kleinere plaatsen rondom de stad verzamelen zich van oudsher bevindelijken in een rijkgeschakeerd palet van gemeenten. In tegenstelling tot mijn familieleden, echte Belgen en Brabanders, is mij van jongs af aan het besef bijgebracht dat het er allemaal ook anders uit kan zien. Processies mochten alleen binnen de kerkmuren worden gehouden. Bij voetbalwedstrijden op schooltoernooien scandeerden de tegenstanders “paapsen, paapsen!” In plaats van het Johannes Calvijn lyceum in Kampen bezocht ik het Thomas à Kempis lyceum in Zwolle.

Das war einmal. Verhalen uit de oude doos. Inmiddels worden de kerken al decennia lang steeds kleiner en fijner, zelfs in Kampen. Enquêtes laten zien dat er per stuk vaak nog best veel steun bestaat voor vooral optimistische onderdelen van de christelijke geloofsleer, maar als totaalpakket zijn nog maar weinigen geneigd haar te omarmen, een proces dat je als de modularisering van de christelijke traditie zou kunnen aanduiden. Bovendien: vertrouwde onderdelen daarvan krijgen een nieuwe betekenis. Bijvoorbeeld. ‘God’ wordt opgevat als een geestelijke dimensie van het bestaan of als een kracht in jezelf waaruit je energie put. ‘Bidden’ wordt zoiets als je zo nu en dan bezinnen op jezelf en je leven, een vorm van mediteren. Een ‘wonder’ kan verwijzen naar de geboorte van een kind of het goed wegkomen bij een verkeersongeluk. Een ‘leven na de dood’ naar reïncarnatie. Enzovoort.

De afbrokkeling van kerklidmaatschap, kerkgang en christelijk geloof bij grote delen van de bevolking is een belangrijke ontwikkeling geweest de afgelopen vijftig, zestig jaar. Een andere belangrijke ontwikkeling was de opkomst en geleidelijke verbreiding van nieuwe en alternatieve opvattingen van religie en spiritualiteit – individualistisch, dynamisch, experimenteel, syncretistisch, holistisch. Daar zou veel over te zeggen zijn, maar laat ik mij beperken tot drie centrale uitgangspunten van de nieuwe visie. Eén kernelement is om te beginnen wat kan worden aangeduid als zelfspiritualiteit. In iedere mens valt een echte, authentieke en heilige kern te ontdekken, onbedorven door cultuur, geschiedenis en maatschappij. De zin van het leven zul je moeten vinden in je unieke innerlijke ervaring en de ontwikkeling van je eigen vermogens. Bij beslissingen kun je je het best door je gevoel en intuïtie laten leiden. En religie? Religie is vooral iets persoonlijks, zij heeft niet zozeer met een groep of een kerk te maken.

Een ander centraal element van de nieuwe religie opvatting is zoekgedrag. Religie heeft eerder met zoeken en uitproberen dan met vaststaande geloofswaarheden te maken en elk verworven inzicht is voorlopig. Intrigerende vragen zijn belangrijker dan pasklare antwoorden. Religie, spiritualiteit: ze veranderen voortdurend tijdens je leven en kunnen er in elke levensfase weer anders uit zien. Zelfspiritualiteit en zoekspiritualiteit stimuleren syncretisme en hybride vormen van levensbeschouwing. Religie zul je zelf bijeen moeten zoeken uit de wijsheid en ideeën van uiteenlopende stromingen, inzichten en tradities. Zij kan uit vele bronnen opwellen en bijvoorbeeld de Bijbel is er daarvan maar één. Religie is het tijdelijke resultaat van het combineren van wijsheidsleren en praktijken tot een ensemble dat, in deze fase van je leven, het best past bij jouw persoonlijke ervaringen en behoeften.

Alle nadruk op vrije keuze en individuele vrijheid betekent overigens niet dat er geen sociale dimensies zitten aan de nieuwe spiritualiteit. Er is sprake van gedeelde ervaringen, herkenning en saamhorigheid. Van gemeenschappelijke waarden en praktijken, socialisatiemechanismen en netwerken. Van spirituele festivals en reisbureaus, media, uitgeverijen en seminars. De organisatiegraad is vaak zwak, maar dat betekent niet dat er helemaal geen sociale infrastructuur is.

In de oren van een rechtgeaarde Calvinist zal het allemaal klinken naar creatuurvergoddelijking, op hol geslagen narcisme en winderige hoogmoed. Maar laten wij de aantrekkingskracht van dit soort opvattingen niet onderschatten. De percentages onder de huidige Nederlandse bevolking die ze op onderdelen geheel of ten minste ten dele bijvallen lopen volgens de meest recente tellingen van zo’n 60% tot ruime 70% of zelfs meer. Gaat het om religie? Misschien niet de meest boeiende vraag, maar wel eentje die relevant wordt zo gauw wij gaan discussiëren over de vraag of wij op weg zijn naar een geseculariseerde cultuur, waarvan de ontkerkelijking maar één aspect is.

Als je spaghetti carbonara wil bereiden heb je, behalve spaghetti, bacon nodig, naast olijfolie, gesnipperde uitjes en knoflook, geklopte eieren, Parmezaanse kaas en wat peterselie [kookt u even mee?]. In plaats van spaghetti kun je ook een andere pasta koken of geen ui en knoflook toevoegen. De Parmigiano kun je vervangen door Pecorino en de peterselie achterwege laten. Maar is het dan nog wel spaghetti carbonara? Vanaf welk moment moet je gaan spreken van een ander gerecht? Iets vergelijkbaar zien we bij religie. Een vraag die sommige theologen en filosofen al sinds lang bezig houdt, is of een levenshouding waarin geen enkele verwijzing naar een bovenmenselijke orde te vinden is die zich onttrekt aan menselijke grillen, en ook geen bindende normen of waarden, nog wel aangeduid kan worden als ‘religie’. Daarover is de discussie voorlopig nog niet afgerond. Ik hou u op de hoogte.

Maar hoe het ook zij, het lijkt mij duidelijk dat de genoemde postmoderne opvattingen verstrekkende consequenties hebben voor een mensbeeld waarin de mens als een broze brekebeen, verstrikt in zonde, wordt voorgesteld, volledig overgeleverd aan Gods genade. Wat moet je als kerk met mensen die als een dartele vlinder nu eens hier, dan weer daar neerstrijken? Die je, als je ze vraagt naar hun levensbeschouwing, trakteren op een selfie? Het ligt niet erg voor de hand dat je ze ooit met regelmaat zult gaan aantreffen in een kerkdienst, om daar schouder aan schouder, met de Bijbel in hun hand, de begrensdheid van elk menselijk streven te belijden.

Sociologisch gezien is religie een sociaalhistorische bepaalde vorm van collectieve zingeving. Door de eeuwen heen ging ze gepaard met periodieke samenkomsten en rituelen, met heilige geschriften, geestelijke voorgangers, dogma’s en tradities. Zij vormt ook een cultureel systeem, verbonden met een wereld- en mensbeeld, een maatschappijvisie en kosmologie, een duiding van universele kwesties als het lijden, onrecht, de dood. En ook worden religies gekenmerkt door een ethos, door bepaalde waarden.

“Ay, there’s the rub!”, om met Hamlet te spreken. Want één van de dingen die we uit onderzoek naar waarden weten, is dat mensen niet zozeer verschillen in hun basiswaarden, maar vooral in de hiërarchie die zij daarin aanbrengen. Een voorbeeld. ‘Mondigheid’ en ‘je wensen en ambities goed voor het voetlicht kunnen brengen’ is iets wat vrijwel alle moderne ouders bij hun kinderen blijken toe te juichen. Maar dat geldt ook voor ‘empathisch vermogen’, ‘sociaal gevoel’, ‘goed overweg kunnen met anderen’. En dat zijn zaken die elkaar niet altijd goed verdragen. Dan zal er gekozen moeten worden: hier zijn assertiviteit, leiderschap en overredingskracht van belang, maar daar juist niet – daar gaat het eerder om begrip, om emotionele intelligentie, om een luisterend oor, om teambuilding.

En zo ziet het er overal uit. Waarden waarin geen rangorde wordt aangebracht zijn hooguit een sympathieke vorm van luchtfietserij. Waarden waaruit geen consequenties worden getrokken zijn vrijblijvend, weinig meer dan dagdromerijen. Waarden die een werkelijke confrontatie met andere inzichten uit de weg gaan resoneren uitsluitend op eigen erf in een echoput. Hoe dan ook, bij wat ons lief is en ter harte gaat maken wij keuzes. En daar moeten we niet te gemakkelijk over denken.

André Droogers’ Kieswijzer levensbeschouwing biedt een staalkaart van religieuze begrippen en stromingen als input voor een eigen positionering van de lezer. Het is een oase van bezonnenheid te midden van de oppervlakkige pulp, de humorloze preekzucht en het schaapachtige narcisme waarvan vooral het internet is vergeven. Goed bezig dus! Erg scheutig met bronvermeldingen is André helaas niet. Ook over hoe hij tot de tegenstellingen in zijn kieswijzer is gekomen vermeldt hij niets. Jammer, want daar ben ik best benieuwd naar.

Dames en heren! De Bijbel heeft bij velen plaats gemaakt voor een cursus mindfulness en de Vaste Burcht veranderde in een zelfbouwpakket. Ons land telt inmiddels meer prakkiserende dan praktiserende gelovigen. André neemt ze vriendelijk bij de hand en legt het ze allemaal nog eens uit. Hij doet dat op zijn bekende wijze: rustig en helder, breed georiënteerd en toch puntig, met veel gevoel voor zowel prangende actualiteit als momenteel rondzoemende humbug die daarvan gescheiden kan worden. En voor het aanschouwelijk onderwijs leverde hij daar ook nog eens een reeks zelf getekende cartoons bij. Om met Gerard Reve te spreken: ‘Het is meer dan waar een mens op mag hopen.’

Proficiat André, met een boeiend en hyperactueel boek!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *